Bosuilen 30 jaar geteld in Noord-Kennemerland

Overdag rusten de bosuilen meestal goed verscholen op een tak, in een boomholte, nestkast of een ruimte waar geen mensen komen. Na zonsondergang worden ze actief. Om hun territorium af te bakenen en een partner te vinden laten ze hun kenmerkende roep vaak horen voordat ze op jacht gaan. Dit avondritueel is te vergelijken met de ochtendzang van onze dagactieve vogels. De bosuilen gaan na deze roepactiviteit meestal eerst voedsel zoeken en zijn dan totdat ze voldoende gegeten hebben stil. Vaak na middernacht zijn ze pas weer te horen, tenzij er een indringer komt die zij als bedreigend ervaren voor hun territorium.
Voor het broeden gebruiken ze een boomholte, nestkast of oude nesten van bijvoorbeeld kraaien, het liefst gelegen in een dennenboom. Rond de Kerst is het vrouwtje soms al op haar broedgewicht en kan het broeden beginnen, tenminste als ze een partner heeft. Tot eind april zijn broedsels mogelijk, als eerdere pogingen tot broeden mislukt zijn. Het aantal jongen per nest is in deze tellingen niet onderzocht. Toch moet de voortplanting voldoende zijn, omdat de bosuilen al vanaf 1956 aanwezig zijn in de duinen van Castricum. Bekend is, dat de grootte van het legsel van twee tot vier eieren varieert met de muizenstand in de winter. Als het mannetje in de paarperiode veel muizen aan het vrouwtje aanbiedt, is dit voor haar een signaal dat er een groot voedselaanbod is en legt ze meer eieren dan in een ‘mager’ jaar. Direct na het eerste ei begint het broeden, een maand lang. De jongen zijn dus niet allen even oud en worden ruim een maand op het nest verzorgd.
Roepen en tellen
Sinds 1982 telt Arend de bosuilterritoria in Noordhollands Duinreservaat. Vanaf 1986 kwam voor de duinen van Bergen Arie Tamis erbij. Ook de Schoorlse duinen, parkbossen en dorpen langs het duin worden vanaf 1986 mee geïnventariseerd. Een klus van vele, meestal koude avonden in februari en maart. Met vergunning van de duinbeheerders PWN en Staatsbosbeheer wordt er in het donker het duingebied ingetrokken en gestopt om de 500 meter zodat Arend de bosuilroep na kan bootsen, een oorverdovend wwoeoeoeoewwww komt uit zijn mond, enige malen herhaald. En dan wachten…. en luisteren, minuten lang. Als je geluk hebt zit een mannetjes bosuil dichtbij en antwoordt hij met eenzelfde roep. Bedoeld om zijn territorium te verdedigen en de indringer af te schrikken. Soms komt een vrouwtje nieuwsgierig langs, te herkennen aan haar kiewiek-kiewiek. Arend gebruikt de vrouwtjesroep ook om mannetjes uit hun schulp te lokken. De plekken worden op de kaart ingetekend. Als er geen territorium is, blijft het stil.
Nu stabiel aantal
De eerste tien jaren, tot 1992, werden er elk jaar hogere aantallen bosuilterritoria geteld. Dit is te verklaren door de toename van geschikt bos in het duin, gebruik van nog niet bezette plekken in het bos, afname van de gifstoffen (bestrijdingsmiddelen) in dier en milieu en/of verbetering van het voedselaanbod. De aantallen verdubbelden in het deelgebied Wijk aan Zee – Egmond van krap 30 territoria in 1982 tot ruim 60 in 1992. In het Noordhollands Duinreservaat bij Bergen is dezelfde trend te zien, van 8 territoria in 1982 tot 16 in 1992. Nog sneller ging het in het duingebied bij Schoorl: een verdrievoudiging in zes jaar, van 7 territoria in 1986 tot 22 in 1992. Kortom, het ging de bosuil tot 1992 voor de wind met in totaal 113 territoria in de duinstreek vanaf het Noordzeekanaal tot de Hondsbossche Zeewering.
Vanaf 1992 halveerde het aantal territoria in tien jaar tot 57 in 2002. De oorzaak van deze teruggang lag voor een groot deel aan de havik die zich vanaf 1992 in het duingebied gevestigd heeft, in 2010 met 19 territoria (Roofvogelwerkgroep Noord-Kennemerlands Duin).
Na 2002 stabiliseert het aantal bosuilterritoria en tot 2010 schommelt de bosuilenstand tussen de 50 en de 60 territoria. Dat is een gezonde populatie voor dit deel van Noord-Holland. Met de komst van de havik zijn de bosuilen een stuk ‘stiller’ geworden. Zolang het licht is moeten de bosuilen en hun jongen stil zijn anders komt de havik ze opzoeken. Ook door de huidige grotere afstanden tussen de territoria van de bosuilen zijn ze toleranter voor elkaar dan bij een hogere dichtheid.
|
Bosuilteritoria in 2011 |
Bosuilteritoria in 2010 |
||||||||
|
Gem. Beverwijk |
1 |
Gem. Beverwijk |
1 |
||||||
|
N.H.D. Wijk aan Zee-Egmond |
36 |
N.H.D. Wijk aan Zee-Egmond |
35 |
||||||
|
Marquette |
2 |
Marquette |
1 |
||||||
|
Heiloo |
2 |
Heiloo |
1 |
||||||
|
N.H.D. Bergen |
11 |
N.H.D. Bergen |
7 |
||||||
|
Gem. Bergen |
10 |
Gem. Bergen |
9 |
||||||
|
S.B.B. Schoorl |
8 |
S.B.B. Schoorl |
5 |
||||||
|
Gem. Schoorl |
1 |
Gem. Schoorl |
1 |
||||||
|
Gem. Alkmaar |
2 |
Gem. Alkmaar |
- |
||||||
|
Totaal |
73 |
Totaal |
60 |
||||||
In bovenstaande tabellen is te zien dat de bosuilstand het afgelopen jaar met ruim 20% is toegenomen. Dit is een gunstige ontwikkeling. De vraag is zal deze trend zich in de aankomende jaren voort zetten.
Arend de Jong tel. 0251 655417
